Collega Froukje van Dijken vertelt over haar ervaringen met de Frisse Scholen Toets bij de GGD in Rotterdam.

Rotterdamse Frisse Scholen Toets –  Froukje van Dijken

Op het moment dat ik dit schrijf, heb ik net een periode bij de GGD Rotterdam-Rijnmond afgesloten. Drie jaar lang heb ik een paar dagen per week gewerkt in het team Gezondheid en milieu. Een waardevolle ervaring waarbij ik, als bouwkundige tussen onder andere artsen en gezondheidswetenschappers, een bredere kijk heb kunnen ontwikkelen op een gezonde leefomgeving.

Bij de GGD heb ik me hoofdzakelijk bezig gehouden met de Frisse Scholen Toets. De samenwerking op dit onderwerp begon al jaren eerder, in 2013. De GGD’en hadden toen landelijk de ventilatie in natuurlijk geventileerde scholen onderzocht, maar wilden daarna ook weten hoe de situatie was in scholen met mechanische ventilatiesystemen. De GGD Rotterdam-Rijnmond wilde hiervoor 100 scholen inspecteren en vroeg bba binnenmilieu om ondersteuning bij deze meer technische en tijdrovende klus.

Uit het onderzoek uit 2013 kwam naar voren dat de hoeveelheid luchtverversing vaak niet voldoende was voor een gezonde luchtkwaliteit. Het meest opvallende was dat ook nieuwe scholen vaak niet aan de eisen voor gezonde ventilatie voldeden. Hugo de Jonge, toen nog wethouder in Rotterdam, vond dat dat niet langer kon. Rotterdam stelde duidelijke ambities op voor Frisse Scholen. En er moest voortaan extra worden toegezien op alle Rotterdamse scholen die nieuw gebouwd of gerenoveerd worden. De GGD kreeg de taak om hiervoor een aanpak te ontwikkelen: de Rotterdamse Frisse Scholen Toets was geboren.

In een periode van 5 jaar is hieruit een volwassen Frisse Scholen Toets uit ontstaan. Op basis van deze pilot weten we dat het belangrijk is om in alle ontwerpfasen vinger aan de pols te houden. Alleen een goed Programma van Eisen is geen garantie voor een goede eindkwaliteit. En bij alleen controlemetingen achteraf is het risico groot dat de situatie niet meer kan worden aangepast zonder dat dit grote kosten met zich meebrengt. Zowel het voorlopig ontwerp, definitief ontwerp als het bestek worden getoetst op risico’s voor een gezond binnenklimaat. In elke fase ligt het accent daarbij op andere punten.

Gaandeweg de pilot bleek dat het uitvoeren van alleen een toets niet voldoende is. Een goede toetser moet tegelijk ook adviseur zijn, zowel voor het schoolbestuur als de gemeente. Op die manier kunnen risico’s niet alleen vastgesteld, maar ook opgelost worden. Mijn kennis van problemen met het binnenmilieu in bestaande (moderne) schoolgebouwen bleek van grote meerwaarde.

De Frisse Scholen Toets is nu niet meer weg te denken uit de Rotterdamse programma’s voor onderwijshuisvesting. Het is dan ook waarschijnlijk dat de gemeente Rotterdam ervoor kiest om de toets als voorwaarde te stellen bij de bouw van nieuwe scholen. Ik hoop de gemeente en de Rotterdamse  schoolbesturen daar ook de komende periode weer bij te mogen ondersteunen.

De ervaringen uit de pilot van de Frisse Scholen Toets zijn samengevat in het document ‘5 jaar Frisse Scholen Toets – Lessons learned’.

  • ir. Froukje van Dijken

    healthy building specialist

    ir. Froukje van Dijken

    healthy building specialist

    achtergrond
    TU Eindhoven, Fysische Aspecten van de Gebouwde Omgeving (FAGO) aan de faculteit Bouwkunde

    specialisatie
    binnenmilieu in scholen en kinderdagverblijven, luchtkwaliteit, onderzoeksmethodologie, klimaatregeling, kennisoverdracht

    nevenactiviteit
    medisch milieukundig adviseur GGD Rotterdam-Rijnmond en lid huisvestingscommissie van de basisschool van haar kinderen

    en verder
    super klusser en outdoor fanaat